home 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15

5.  Ieder mag zijn eigen logisch systeem kiezen.

Er zijn echter nog veel meer logische systemen dan we hier behandeld hebben. We beperken ons tot één geval, dat het onderhavige onderwerp raakt.


Het is gebruikelijk om de twee bekendste waarden uit de tweewaardige logica, die we in de vorige paragraaf bespraken, aan te duiden door de getalwaarden 1 en 0, d.w.z. waar is 1, niet waar (vals) is 0.

De vraag is nu: hoe bepalen we de getalwaarde voor een driewaardige logica? Het blijkt, dat er twee verschillende mogelijkheden zijn.

Als de derde waarde tussen beide waarden in ligt, is de tussenwaarde ½.


het vriest                       1                 waar                    1

het kwakkelt                 ½                mogelijk              ½

het dooit                        0                 vals                      0


Het kan echter ook zijn, dat deze derde waarde er buiten staat. Uit de Upanishads kennen we de uitspraak, die vermoedelijk van Yajnavalkija afkomstig is: neti neti, wat meestal vertaald wordt als: niet dit, niet dat (of: niet zus, niet zo).

Boeddha hanteerde bij zijn discussies vaak de techniek van niet de vraag te beantwoorden, maar te zeggen: dat is niet waar en het omgekeerde is ook niet waar (bv. de mens is niet sterfelijk en hij is niet-niet sterfelijk).


Er zijn beroemde vragenDe paradoxen! De 2-waardige logica schiet hier te kort. , die men niet met ja of nee kan beantwoorden (‘slaat u uw vrouw nog altijd?’, ‘zit u nog steeds dronken achter het stuur?’).


In 1917 schreef de Duitse godsdiensthistoricus Rudolf Otto het boek ‘Das Heilige’, waarin hij (voor God) het begrip ‘das ganz Andre’ introduceerde.

De term gaat terug op een middeleeuwse legende. Twee kloosterbroeders spreken met elkaar af, dat wie het eerst stierf de ander zou verschijnen in een droom om hem duidelijk te maken wat het hiernamaals is. Eén monnik sterft en komt in de droom van de ander. Deze vraagt: ‘Is het zo als we (altijd gedacht hebben)?’ De ander zegt alleen: ‘Geheel anders’. In Latijn is het een prachtig spel met woorden: ‘Qualiter taliter?’ - ‘Totaliter aliter!’.

Dit derde aspect wordt in een driewaardig logisch systeem uitgedrukt door 2, bv.


eeuwigheid           2

leven                     1

niet leven              0


De westerse wetenschap, die zich zoveel mogelijk binnen de 0 en 1 beweegt, komt aan deze 2-waarde zelden of nooit toe. Eeuwigheid wordt als een speciaal geval van 0 (uitsluitings-negatie) opgevat. Maar juist bij een vraag als: ‘Hoe ontstond de kosmos?' is het onmogelijk daar binnen te blijven.


In de meeste heilige boeken wordt een begin van de wereld aangenomen. ‘De’ wetenschap vond dit even absurd (antropomorfistisch, zie punt 9) als de gedachte, dat de ruimte een besloten vorm had.

Maar zie: sinds Einstein geloven we weer in een eindig (zij onbegrensd!) heelal. En sindsdien nemen ook steeds meer geleerden aan, dat de tijd een begin heeft! Men rekent zelfs uit hoe oud het universum is: ca. 13 miljard jaar. Willen we nu in een logische code de fase ervóór aanduiden, dan dienen we hier in de sfeer van neti neti (2) te denken. In deze sfeer ligt echter ook het antwoord der religies.



Wie over het ontstaan van de kosmos schrijft, is verplicht zich rekenschap te geven van welk logisch systeem hij zich bedient. De godshypothese is wetenschappelijk plausibeler dan ‘the big bang’.