home 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15

12. Synchroniciteit is even sterk als causaliteit.

De subtiele methoden van de moderne logica helpen ons de veelheid van relaties in simpele symbolen uit te drukken, zoals we dit reeds deden voor causaliteit en conditionaliteit.


In alle hiervoor behandelde gevallen hebben we te maken met twee verschijnselen A en B, die in de tijd op elkaar volgen. Ze kunnen echter ook in de ruimte op elkaar volgen, maar in de tijd gelijk optreden. Dit is de tegenstelling tussen diachroniciteit (opvolging) en synchroniciteit (gelijktijdigheid).


In verschillende wetenschappen wordt thans een verschil gemaakt tussen coïncidentie (toevallig samenvallen) en synchroniciteit (zinvol samenvallen). Pauli heeft deze synchroniciteits-gedachte uitgewerkt voor de fysica. Van daaruit vatte hij belangstelling voor het Chinese wijsheidsboek, de I-Tjing, waarin de synchroniciteit ook een grote rol speelt.


Methodologisch kan men de vraag stellen in hoeverre synchrone verschijnselen uit elkaar voorkomen. Men kan ze wel als alternatieve symptomen opvatten, die elkaar a.h.w. onthullen, die ook zeer goed een gemeenschappelijke oorzaak kunnen hebben, zoals de gelijktijdige beweging van onze ogen en onze ledematen.

Ook kan synchroniciteit op een verborgen planning wijzen. Daarbij rekent men onmiddellijke opvolging ook wel tot de synchrone verbanden. Veelal geldt het anticiperende fenomeen als voorwaarde voor het volgende verschijnsel. (Interessant is, dat de Chinese polariteit tussen Yang en Yin te maken heeft met voorafgaan, leiden, veroorzaken en volgen, opvolgen en volgen uit.)

Scott en zijn evolutie-theorie voor planten

colibrie foto

De Engelse botanicus Scott stelde voor de evolutie van de planten een theorie naast die van Darwin op. Daarin poneerde hij, dat de planten telkens het geschikte milieu voor de dieren vormden. Als de planten bloemen krijgen (angiospermen), krijgen de insecten vleugels. De komst van de mens wordt voorbereid door het ontstaan van de monocotylen (éénzaadlobbigen), zoals grassen, granen en palmen, die hun (en het vee) gedeeltelijk tot voedsel strekken.

colibri plaatje

In de pedagogiek van Maria Montessori komt men ook deze opvatting van het gepreformeerde milieu weer tegen: opvoeden dient te geschieden in een omgeving, die daartoe dienstig is.

Scott komt er derhalve toe tussen de evolutie van planten en dieren een dieper verband te zoeken. Men ontkomt volgens hem niet aan de gedachte, dat ze geprogrammeerd zijn. Deze conceptie zullen we in de volgende punten nader toelichten.



Denkers die de causaliteit niet willen loslaten, trachten tot een genuanceerder causaal verband te komen om deze fenomenen te verklaren. Grote verdiensten op dit punt heeft de Nederlandse filosoof Philip Kohnstamm, die ook fysicus, pedagoog, methodoloog en theoloog was.

In zijn uiterst leesbaar boekje ‘Vrije Wil of Determinisme?’, maakt hij eerst een duidelijk verschil tussen vrijheid en noodzakelijkheid, maar onderscheidt daarna causale verbanden met verschillende vrijheidsgraden, waarbij hij naast het volstrekt determinisme van semi-determinisme en indeterminisme spreekt. Natuurwetten zijn volgens hem niet volledig afloopbepalend, maar vrijheidsbeperkend. Verschijnselen als synchroniciteit brengt hij onder bij de vezelstructuur van de causaliteit. Zijn land- en tijdgenoot, de bioloog H. Jordan, spreekt hier van pluri-causaliteit of van polyceptorisch verband.

Men ziet, dat we naast het starre causale verband tal van andere causale relaties aantreffen, die zich afspelen van vrijheid tot partiële gedetermineerdheid en conditionaliteit. Bovendien bestaan er naast (in de praktijk niet bestaande) uni-causale relaties pluricausale betrekkingen, die we reeds bij Aristoteles, maar ook nog in Afrika aantreffen.

Een voorbeeld om dit laatste punt toe te lichten. Er valt een potlood van tafel en ik raap het op, omdat ik van netheid houd of omdat iemand het mij vraagt. Wat veroorzaakt nu deze handeling? Fysiek is het een beweging van mijn spieren, psychisch is het een intentioneel gebeuren. In het taalgebruik maken we ook verschil tussen oorzaak (waardoor) en reden (waarom). Doch beiden veroorzaken het gebeuren, waarbij de reden (of het doel) aan de oorzaak voorafgaat.

Zou in een wereld, die zozeer vervuld is van informatie (tegenover energie) niet sprake zijn van gronden, redenen, visies en programmering?


Het is zeer te betreuren, dat we de vier-oorzaken-theorie van Aristoteles hebben losgelaten. De middeleeuwse katholieke theologie maakte nog verschil tussen eerste en tweede oorzaak. Maar tot deze tijd weten de Bantoe in hun taal subtiel tussen diverse oorzaken te onderscheiden. In ‘Moentoe, contouren van de neo-Afrikaanse cultuur’ van Janheinz Jahn (Moussault, 1958) zet de auteur glashelder uiteen hoe de Bantoe-neger in vier causale kategorieën denkt (pag.92 vv.). In dit opzicht kan de westerse wetenschap nog veel van Afrika leren.