home 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15

11. Finale redeneringen zijn even sterk als causale.

Onder invloed van de klassieke fysica (Newton), die zich vooral met mechanische wetten ophield, is het causaliteitsbegrip in de westerse wetenschap verschraald.


In de oudheid werkte Aristoteles nog met vier soorten oorzaken, die mutatis mutandis in de hele antieke wereld voorkwamen: de dynamis, de eidos, de energeia en de entelecheia.


Dynamis en energeia (kracht en energie) vallen grotendeels samen in het Newtoniaanse causaliteits-begrip.
Eidos kunnen we het beste vertalen als vormbeginsel, entelecheia als finaliteit (doelgerichtheid).


Het heeft tot de 18e eeuw geduurd, dat men de eidos heeft afgeschaft, hoewel de levende werkelijkheid één groot getuigenis voor deze vorm-kracht is (zie: ‘Een wereld van schone vormen’). De ontoereikendheid der gangbare evolutie-theorieën hangt niet in de de laatste plaats samen met het verloren gaan van het morfologisch denken.


Het zelfde geldt mutatis mutandis voor de finaliteit (doelgerichtheid). Hoewel nog tal van moderne biologen (sinds Hans Driesch en Henri Bergson) aanhangers van het finalisme zijn, wijst de meerderheid der natuurvorsers deze ‘omgekeerde causaliteit’   toch af, omdat ze niet kunnen heenstappen over de beperktheid van hun causale denken (zie ‘Scheppende evolutie of blind toeval?’).