home 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15

10. Conditioneel denken is veelal voorzichtiger dan causaal denken.

Door de hegemonie van de causaliteit, wordt veelal uit het oog verloren, dat er naast causale redeneringen conditionele bestaan, die Bergson heeft aangeduid als negatieve causaliteit.


Het verschil tussen causaliteit en conditionaliteit kan men het simpelst aangeven door de logische code.

Vergelijken we de redeneringen:

een belediging doet pijn,

als het regent, worden de straten nat.


De eerste kunnen we aanduiden met:

als A (belediging) dan B (pijn)

(in formule: A --> B).

De tweede kunnen we aanduiden:

als B (natheid) dan A (regen)

( in formule: B --> A).

Gegeven is hierbij ook, dat A aan B voorafgaat. Omdat bij de conditie de causale formule wordt omgekeerd, spreekt men van negatieve causaliteit.


De term wordt ook gebruikt als men te maken heeft met een verschijnsel, dat een ander blokkeert, bv. een gordijn, dat het licht tegenhoudt.

Als A (gordijn), dan B (duisternis).

Verwijdert men het gordijn, dan wordt het licht.

Veroorzaakt nu het verwijderen van de hindernis het licht? Geenszins. Het veroorzaakt, dat zij het licht kunnen waarnemen.

Men kan in dit geval ook spreken van een conditioneel verband.

Meer en meer wordt de betekenis van deze conditionaliteit ingezien.


Karl Marx boek over Marx

Karl Marx 1828-1883


Het was de grote verdienste van Karl Marx, dat hij reeds in de negentiende eeuw tegenover het causale denken der natuurwetenschap het conditionele denken van de geesteswetenschap stelde. Daarmee plaatste hij ook tegenover noodzakelijkheid de menselijke vrijheid, die zich manifesteert in de keuze. Het waren de oude Perzen die vermoedelijk voor het eerst (d.w.z. meer dan 3000 jaar geleden!) de mens als heer van de keuze stelden. Deze visie leeft bij de profeten van Israël en in het christendom. In onze tijd heeft het existentialisme deze draad weer opgevat en de keuze centraal geplaatst (Jaspers, Sartre).


Om een keuze-theorie op te stellen dient men echter conditioneel te denken. Het is dan ook niet voor niets, dat de existentialisten zich aansluiten bij Marx, waar deze opriep tot de historische keuze. In de lijn, die loopt van Zarathoestra tot Sartre mag Karl Marx als man van de daad niet ontbreken.


Een veel voorkomend misverstand is, dat het begrip historische noodzakelijkheid betekent, dat Marx geloofde in de onvermijdelijkheid van het historisch verloop. Hij bedoelde echter - zoals Toynbee in onze tijd - dat de mens het juiste antwoord (response) op de uitdaging (challenge) van de geschiedenis moest geven (een historische noodzakelijkheid is wat cultureel of ethisch gewenst is sociaal mogelijk te maken).

Van alle sociologische theses van Marx is de belangrijkste en ook de meest bekende: ‘Het maatschappelijk zijn beperkt het bewustzijn’. Zoals bij de meeste uitspraken van Marx, wordt ook dit adagium meestal verkeerd geïnterpreteerd. In de meeste gevallen vertaalt men in het Nederlands ‘bestimmt’ door ‘bepaalt’ en leest de bewering dan alsof het stoffelijk zijn het geestelijk zijn veroorzaakt. Indien men de tekst in de juiste samenhang leest, blijkt echter dat Marx bedoeld heeft: beperkt, schept de voorwaarden voor.

Hier is het zaak de Duitse tekst op de voet te volgen. In zijn correspondentie met Friedrich Adler toont Mehring aan, dat Marx nooit bedoeld heeft, dat het geestelijk leven uit het maatschappelijk leven kan worden afgeleid. Het wordt er slechts door beperkt. Zo kan bv. in het Egypte der farao’s zich geen religie ontwikkelen, die de gelijkheid van alle mensen verkondigt. Hiervoor was de revolutionaire daad van Mozes noodzakelijk, die het joodse volk uitleidde uit het diensthuis. Dat Mozes - ondanks zijn adellijke positie - toch democratisch dacht, bewijst dat enkelingen wel degelijk zich kunnen losmaken van hun eigen klassenbewustzijn, zoals ook bij Marx zelf het geval was. Een dergelijke opvatting kan echter nooit tot heersende opvatting worden, zolang de heersende klasse dit verhindert. Vandaar de noodzaak der revolutie.

Franz Mehring, de biograaf van Marx, schrijft hierover o.a.: ‘Lafargue (de Franse schoonzoon van Marx) vertaalt bestimmen niet met déterminer, maar met conditionner’. Diverse sociologen hebben de betekenis van het conditionele denken onderstreept. Maar ook in de biologie wordt vaak gesproken over voorwaarden.


Indien bij de biochemische experimenten van Fox en Oparin wordt gesproken van omstandigheden, is daarmee geenszins de weg aangegeven hoe zich een heel evolutie-proces afspeelt. Natuurlijk is theoretisch denkbaar, dat de werken van Shakespeare ontstaan als men een computer alle Engelse woordcombinaties laat noteren, maar de tijd dat dit duren zou is zo astronomisch groot, dat men hier met getallen van miljard nullen moet rekenen.

Deze kans is echter nog klein in vergelijking met de kans, dat door toeval alle levensvormen zouden ontstaan (zie: ‘hoe toevallig zijn de dingen?’).


De grote fout van denkers als Monod en Prigogyn is, dat ze zonder zich ervan bewust te zijn overstappen van conditionaliteit naar causaliteit, d.w.z. uit het feit, dat bepaalde chemische combinaties door toeval ontstaan kunnen, willen trachten te bewijzen, dat ze zich dan ook zullen bestendigen en vervolmaken. Zoals de Duitse statisticus Heitler heeft aangetoond, wordt hier de draagkracht van de kansrekening onnoemelijk overschreden.