home 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15

1. Logica is de wetenschap van de toelaatbare redeneringen.

Veel mensen menen, dat logische consequenties noodzakelijk uit premissen volgen. Dat komt doordat het onderwijs die suggestie vaak bij de leerlingen wekt. Het is de erfenis van EuclidesLeefde zo'n 300 jaar v.Chr, zie verder tab 3 (de wiskundige) en NewtonEngelse geleerde (1642–1727) en de reus op wiens schouders Einstein -volgens eigen zeggen- stond. (de fysicus).


Uit de oudheid is het syllogisme (de sluitrede) bekend:

Socrates Socrates, een Griekse filosoof, leefde ruim 2400 jaar geleden. Hij was een waarheidszoeker. Hij ondervroeg de mensen, met als doel om samen de waarheid te ontdekken. Hij heeft zelf geen enkel geschrift nagelaten. Wat wij van hem weten komt van zijn leerling Plato.

Alle mensen zijn sterfelijk

Socrates is een mens

dus: Socrates is sterfelijk.


Tot de zeventiende eeuw dacht men dan ook, dat er minstens twee uitspraken nodig waren om tot een logische gevolgtrekking te komen. Men had behoefte aan dwingende redeneringen, om zo een parallel te krijgen tussen fysisch noodzakelijk en logisch noodzakelijk. In onze tijd heeft in de fysica de noodzakelijkheid grotendeels plaatsgemaakt voor de waarschijnlijkheid. Noodzakelijkheid komt men in hoofdzaak nog tegen bij baanwetten (bv. voor vallende voorwerpen). In de logica beperkt men zich tot de toereikende grond (Leibniz). De premisse (het logisch uitgangspunt) geeft voldoende steun aan de conclusie, maar dwingt er niet toe.


Alleen in de formele logica en de wiskundeLogica en wiskunde zijn deductieve wetenschappen. Uitganspunt is het denken. werkt men nog met dwingende bewijskracht, in de ervaringswetenschappenErvaringswetenschappen rekent men tot de inductieve wetenschappen. Uitgangspunt is de gegeven werkelijkheid. Enkele voorbeelden: biologie, fysica, antropologie. is men tevreden met een aannemelijke (plausibele, voor de hand liggende) conclusie. Daarom bestaan er ook geen onweerlegbare bewijzen voor de evolutie. En die bewijzen zullen ook nooit gevonden worden, omdat onze logica daartoe niet sterk genoeg is.


Keren we terug naar ons syllogisme. Dit bestaat uit twee premissen en een conclusie.

In dit geval noemt men de eerste uitspraak de major, de tweede de minor. Door ze samen te voegen, wordt de redenering dwingend.

Wat in de 17de eeuw echter steeds duidelijker werd was, dat toelaatbare conclusies reeds uit één uitspraak konden getrokken worden.

Uit de uitspraak: alle mensen zijn sterfelijk, kan men afleiden:


mensen behoren tot de sterfelijke wezens

er bestaan geen onsterfelijke mensen

er is minstens één wezen, dat sterfelijk is

het menselijk leven is eindig in jaren, enz. enz.